Kunstwerk: Handen (poëzieproject/4 delen)
foto:
J. Boomstra
, 2006 / meer foto’s
J. Boomstra
, 2006 / meer foto’s
omschrijving:
Langs het Van Starkenborghkanaal staan vier cortenstalen handen. In één staat het volgende gedicht van Jan van den Berg gestanst:
Hoe vaak wordt niet onder het koel geboomt’
de kloosterhof tot hemeltuin verdroomd?
Geen monnik is er meer waar nu Gods water
Wel heel erg gul over Gods akker stroomt.
De handen markeren de plek waar in de jaren negentig restanten van de zuidgevel van het middeleeuwse kasteel Selwerd zijn gevonden. Het kasteel werd eertijds waarschijnlijk bewoond door Rudolf Prediker ('de piraat van het Reitdiep'), één van de heren van Selwerd. Zij bestierden Groningen vanaf de twaalfde eeuw namens de bisschop van Utrecht, die landsheer was van dit gebied. Prediker werd in 1357 onthoofd door de machthebbers van de stad Groningen.
De restanten van het kasteel werden toevallig ontdekt bij het voorbereidende werk voor het bedrijventerrein op Zernike. Een uitkijktoren – ontworpen door Maarten Schmidt – biedt zicht op het glooiende grasland dat de historische plaats vormde van het kasteel Selwerd.
De andere gedichten zijn van Albertina Soepboer en Lammert Tesinga (zie: lees meer).
Het werk maarkt deel uit van het 'Markeringsproject Kasteel Selwerd'.
Hoe vaak wordt niet onder het koel geboomt’
de kloosterhof tot hemeltuin verdroomd?
Geen monnik is er meer waar nu Gods water
Wel heel erg gul over Gods akker stroomt.
De handen markeren de plek waar in de jaren negentig restanten van de zuidgevel van het middeleeuwse kasteel Selwerd zijn gevonden. Het kasteel werd eertijds waarschijnlijk bewoond door Rudolf Prediker ('de piraat van het Reitdiep'), één van de heren van Selwerd. Zij bestierden Groningen vanaf de twaalfde eeuw namens de bisschop van Utrecht, die landsheer was van dit gebied. Prediker werd in 1357 onthoofd door de machthebbers van de stad Groningen.
De restanten van het kasteel werden toevallig ontdekt bij het voorbereidende werk voor het bedrijventerrein op Zernike. Een uitkijktoren – ontworpen door Maarten Schmidt – biedt zicht op het glooiende grasland dat de historische plaats vormde van het kasteel Selwerd.
De andere gedichten zijn van Albertina Soepboer en Lammert Tesinga (zie: lees meer).
Het werk maarkt deel uit van het 'Markeringsproject Kasteel Selwerd'.
locaties:
Paddepoelsterweg (Kasteel Selwerd)Groningen
Laan naar 't klooster (Kasteel Selwerd)Groningen
Sprikkenburg (Kasteel Selwerd)Groningen
geplaatst in:
1999
materiaal:
afmetingen:
h 1,65 x b max. 0,70 m
soort kunstwerk:
onderdeel van project:
opdrachtomschrijving:
De wijkraden Paddepoel en Selwerd in Groningen wilden twee terreinen bij de Paddepoelsterweg en Zernikelaan markeren, de plek waar in de middeleeuwen kasteel Selwerd stond. Ze initiëren in samenwerking met de gemeente Groningen het poëzieproject Kasteel Selwerd. De dienst Ruimtelijke Ordening roept door een stadsbericht (amateur)dichters op zich door dit voormalige kasteel te laten inspireren en er vier gedichten over te schrijven. Ook de twee ander bijzonder plekken binnen het kasteelgebied, het klooster Maria Virgo en het galgenveld, mogen de dichters als bron van inspiratie gebruiken.Uiteindelijk zijn er vier cortenstalen handen gemaakt waaruit gedichten van drie dichters zijn gestanst. De keuze viel op Albertina Soepboer (2 gedichten), Lammert Tesinga en Jan van den Berg. De vorm van de hand, naar idee van Gert Kortekaas, komt overeen met de vorm van de hand van de desbetreffende dichter. De handen staan over het terrein verspreid.
opdrachtgevers:
schetsontwerpen:
1
Zoek

















